Wat is de waarheid over dominantie?

Dominantie, er wordt heel wat over geschreven en gesproken. Het is een onderwerp dat hevige discussies uitlokt bij wetenschappers, hondeneigenaars en -trainers. Daarom wil ik ook meteen de titel van deze blog nuanceren: dé waarheid bestaat niet. Ik baseer me op actuele wetenschappelijke kennis en mijn interpretatie van de huidige theorieën en definities. De wetenschap staat niet stil en ook ik blijf me ontwikkelen en doe nieuwe inzichten op. Toch neem ik als dierprofessional een zeer duidelijk standpunt in ten opzichte van het dominantie-model. Het is mijn job om baasjes te helpen het welzijn van hun huisdier te bewaken en de onderlinge band te versterken. Het dominantie-model en daarop gebaseerde methodes zijn in mijn ogen niet verenigbaar met harmonieus samenleven van mens en dier.

Het ontstaan van het dominantie-model

Rudolph Schenkel publiceerde in 1947 een uitgebreide studie over het sociaal gedrag van wolven. Deze wetenschapper bestudeerde wolven in gevangenschap en concludeerde dat er een alfa-mannetje en alfa-vrouwtje bovenaan de roedel staan. Dit alfa-paar zou hun sociale positie verdedigen door alle vormen van competitie onophoudelijk te controleren en onderdrukken. Schenkel observeerde een duidelijke dominantie-hiërarchie en maakte regelmatig de vergelijking tussen wolven en honden. Zijn visie werd nadien ook door andere biologen en wetenschappers overgenomen. Zo bracht bioloog David Mech in de jaren ’60 een boek uit dat razend populair werd: “The Wolf: Ecology and Behaviour of an Endangered Species”.

Vanaf de jaren ’70 werd dit dominantie-model gebruikt om het gedrag van honden te verklaren. Er ontstond de overtuiging dat honden ten alle tijde willen domineren en eigenaars dit moeten tegengaan door “de baas” te zijn. Termen zoals pack-leader, roedelleider en de Alfa zullen je waarschijnlijk niet vreemd in de oren klinken.
Er bestaan talloze “regeltjes” die nog steeds geadviseerd worden om je positie als leider in te nemen:

  • De eigenaar moet steeds als eerste eten en als eerste door een deur gaan.
  • Een hond mag geen initiatief nemen of om aandacht vragen.
  • Een hond mag zich niet fysiek op gelijke hoogte bevinden als de eigenaar. Je mag daarom niet op de grond gaan zitten of je hond toelaten om op de zetel of op bed te springen.
  • De eigenaar moet altijd winnen bij spel.
  • Een dominante hond kan je onderdrukken door hem op de grond te duwen of staarwedstrijden te houden waarbij de hond als eerste moet wegkijken.
  • Methoden en hulpmiddelen zoals fysiek geweld, slipkettingen, schokbanden, … kunnen gebruikt worden om honden onder controle te houden.

Nieuwe inzichten

David Mech, de bioloog van het succesvolle boek, bleef verder onderzoek doen naar het gedrag van wolven. In de jaren ’90 bestudeerde hij de interacties in een wilde wolvenroedel en kwam tot heel andere inzichten:

  • Wolven leven in familiegroepen die gevormd worden zoals dat bij mensen gebeurt. Het ouderpaar krijgt automatisch de rol van leider in de roedel. Er wordt niet om gevochten omdat de jongen hun ouders van nature zullen volgen.
  • Ook als de jongen ouder worden, blijven de ouders de groep leiden. Wanneer er nieuwe jongen geboren worden, zullen de oudere broers en zussen vanzelf een meer leidende rol krijgen over deze jongen. Maar ook hier wordt er niet gevochten om het leiderschap.
  • De meeste jongen verlaten op een leeftijd tussen 1 en 3 jaar uiteindelijk de groep om een partner te zoeken en hun eigen roedel te beginnen.
  • De hiërarchie binnen een groep wolven is dus gebaseerd op familiebanden, leeftijd en ervaring. Agressie komt weinig voor en er is geen dominante alfa die zijn positie in de roedel opeist.

Volgend op zijn ontdekkingen, publiceerde Mech meerdere artikels waarin hij de onjuiste informatie uit zijn boek corrigeerde. Het duurde enkele jaren alvorens deze nieuwe informatie algemeen geaccepteerd werd.

Maar hoe komt het precies dat de eigen observaties van Mech zo anders waren dan die van Schenkel? Daar is een erg simpele verklaring voor: wolven in gevangenschap gedragen zich anders dan in wilde populaties. Er is namelijk geen mogelijkheid om de roedel en het territorium te verlaten. Daarnaast vormden de wolven die Schenkel onderzocht geen echte roedel. Het waren niet-verwante wolven die kunstmatig waren samen gezet in een klein territorium met te weinig aanwezige hulpbronnen.

Een ander belangrijk inzicht is dat kennis over het gedrag van wolven niet kan toegepast worden op het gedrag van honden. Honden stammen inderdaad af van de wolf maar zijn zich door het domesticatieproces beginnen onderscheiden van hun voorouder. Ook de wilde wolven van vandaag lijken niet meer op de wolven die 10.000 jaar geleden leefden. Onderzoek heeft aangetoond dat groepen verwilderde honden wel enkele gelijkenissen vertonen maar op de meeste vlakken vooral erg verschillen van wolvenroedels.
Bovendien zouden honden zich er van bewust zijn dat mensen geen honden zijn. Er is dus geen bewijs dat het dominantie-model ook kan toegepast worden op de hond-mens relatie.

Dus dominantie bestaat niet?

‘Dominantie’ bestaat zeker, al gebruik ik deze term niet graag. Dominantie zegt iets over de relatie tussen twee individuen tegenover een bepaalde hulpbron. Het is veranderlijk in de tijd en afhankelijk van de context. Het is dus een kenmerk van de relatie en geen eigenschap van de honden zelf. Afhankelijk van het belang dat een hond hecht aan een bepaald levensmiddel en hoe hij zichzelf inschat, zal hij al dan niet willen strijden om deze bron. Hoe hij zich voelt, zijn fysieke toestand en vorige ervaringen hebben hier ook invloed op.

Het belangrijkste om  te onthouden: honden zijn niet bezig met een rangorde en het bekomen van leiderschap. Er bestaan geen ‘dominante’ honden. Hun gedrag wordt door ontzettend veel factoren beïnvloed. In bijna alle gevallen heeft het gedrag van je hond niets te maken met dominantie of onderdanigheid. Bij relaties tussen twee individuen, wordt gedrag voornamelijk verklaard door associatieve leerprincipes. Honden leren namelijk hoe anderen zich gedragen in een bepaalde context en zullen hun gedrag hierop afstemmen.

Wat betekent dit voor mij als hondeneigenaar?

Wat moet je als hondeneigenaar nu met deze informatie? Ik persoonlijk voelde een enorme opluchting toen ik me hier in begon te verdiepen. Je kan gewoon op een ontspannen en liefdevolle manier met je hond omgaan zonder je zorgen te maken over dominantie en competitie. Maar dat betekent natuurlijk niet dat jouw hond geen grenzen en begeleiding nodig heeft. Integendeel, honden hebben baat bij voorspelbaarheid, vertrouwen en stabiliteit. Zo stemmen jullie je gedrag op elkaar af en weet je hond wat hij van jou kan verwachten.

Wil jij toch als eerste door de deur gaan of mag jouw hond niet in de zetel? Geen probleem! Zolang jij deze regels consequent toepast en jouw hond op de gepaste manier begeleidt, draagt dit bij aan een gevoel van voorspelbaarheid. Maar ik raad je aan om in de eerste plaats te kijken naar het welzijn van je hond. Want als hij niet op de zetel mag, heeft hij dan wel andere plaatsen waar hij lekker zacht kan liggen? Heb jij het wachten aan de deur goed getraind zodat hij weet wat er van hem verwacht wordt?

En wat met ongewenst gedrag?

Ongewenst gedrag – zoals agressie,  trekken aan de leiband, het verdedigen van hulpbronnen en ongehoorzaamheid – wordt regelmatig als dominant gedrag bestempelt. Zowel hondeneigenaars, klassieke hondenscholen en bepaalde trainers en therapeuten baseren hun visie nog steeds op het dominantie-model. En geloof me, ik kan dit zeker begrijpen. Want als al deze gedragingen één oorzaak hebben, is er vaak ook één oplossing. Dat is gemakkelijk en geeft hoop aan hondeneigenaars die met de handen in het haar zitten. Maar vergeet niet dat er in werkelijkheid andere factoren aan de oorzaak van deze gedragingen liggen.

Het dominantie-model maakt vaak gebruik van intimidatie, pijn en dwang (soms op een heel subtiele manier). Het klopt dat dit lijkt te werken en bepaald gedrag kan doen afnemen, maar het verandert niets aan de oorzaak van het gedrag. Je maakt je hond bovendien angstig waardoor het risico bestaat dat zijn gedrag zelfs verergert. Het houdt geen rekening met de emoties van je hond en de invloed van leerervaringen op zijn gedrag. Als laatste zijn deze methoden een bedreiging voor het welzijn van je hond en jullie relatie.

Omwille van bovenstaande redenen, raad ik aan om bij gedragsproblemen beroep te doen op een moderne en gediplomeerde hondenprofessional. Ga op zoek naar iemand met wetenschappelijke kennis die rekening houdt met de behoeften en het welzijn van je hond. 

Tot slot

Er wordt de laatste jaren veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gedrag en welzijn van huisdieren. Ik probeer hier zoveel mogelijk inzichten uit te halen. Maar het dominantie-model is ook het perfecte voorbeeld dat de wetenschap zich steeds verder ontwikkelt en met nieuwe informatie komt. Wat vandaag als ‘de waarheid’ beschouwd wordt, is misschien over 50 jaar niet meer van toepassing.

Mijn advies is daarom om kritisch te zijn maar ook open te staan voor alle opties. Blijf vooral dicht bij je eigen gevoel en denk na over wat voor hondeneigenaar jij wil zijn. En geeft een hondentrainer of gedragsdeskundige advies waar jij je echt niet goed bij voelt? Doe het dan niet. Jij kent je hond en jezelf nog steeds het beste!

Referenties:

  • Bradshaw, J., Blackwell, E., & Case, R. (2009). Dominance in domestic dogs – useful construct or bad habit? Journal of Veterinary Behavior, 4, 135-144.
  • Cafazzo, S., Valsecchi, P., Bonanni, R., & Natolib, E. (2010). Dominance in relation to age, sex, and competitive contexts in a group of free-ranging domestic dogs. Behavioral Ecology, 21, 443-455.
  • Mech, D. (2008). Whatever Happened to the Term Alpha Wolf? International Wolf, 4-8.
  • Payne, E., Bennet, P.C., & McGreevy, P.D. (2015). Current perspectives on attachment and bonding in the dog-human dyad. Psychology Research and Behaviour Management, 8, 71-79.
  • Peres-Guisado, J. & Munoz-Serrano, A (2009). Factors linked to dominance aggression in dogs. Journal of Animal and Veterinary Advances. 8 (2) 336-342.
  • Schenkel, R. (1946). Expressions Studies on Wolves: Captivity Observations. Zoological Garden, Basle and the Zoological Institute of the University of Basle, Basle.
  • Schilder, M.B.H., Vinke, C.M., van der Borg, J.A.M. (2014). Dominance in domestic dogs revisited: Useful habit and useful construct? Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research, Volume 9, Issue 4, July–August 2014, Pages 184-191.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.